Hoe virtuele opleidingen extra volk lokken
11 opleidingen van minstens 5 sessies. Dat stond er gepland op de voorjaarskalender van BAM. En toen haalde het Corona-virus de plannen overhoop… Of zorgde het net voor een stroomversnelling? Pascale Cambie, Director BAM Learn, en Vincent Nanni, Managing Director van Get More, maar ook programmacoördinator en docent, vertellen over wat het digitale kan bijdragen in opleidingen.
“Bij BAM waren we al een aantal jaren aan het denken over de overstap naar een digitaal leerplatform. We hadden eigenlijk gehoopt er nog wat langer over na te denken”, vertelt Pascale Cambie. “Aanvankelijk planden we dan ook een aantal sessies wat later in, na de paasvakantie, maar al snel bleek dat dit niet haalbaar zou zijn. Gelukkig kwam Vincent Nanni net op dat moment met het voorstel om volledig digitaal te gaan.”
De digitale switch
Dat de overstap van fysieke opleidingen naar digitale een absolute must was, valt niet te ontkennen. Maar daarom is deze overstap nog niet eenvoudig. Aanvankelijk lag de communicatie over de opleidingen stil. “Eerst moesten we beslissen wat we met de planning zouden doen. Welke opleidingen zetten we verder? Behouden de opleidingen hetzelfde format?”
Over deze vragen werd een week gebrainstormd, maar uiteindelijk viel de beslissing om alle opleidingen, en alle losse sessies, te behouden. Het startpunt was duidelijk: op de inhoud van de opleidingen kan niet ingeboet worden. “Leren vraagt tijd en onze objectieven willen we absoluut halen, virtueel of niet. Een marketingstrategie of digitaal plan leer je niet in slechts één sessie maken”, verduidelijkt Pascale Cambie.
Virtueel opleiden
Ondertussen verlopen de opleidingen via de platformen Zoom en Whereby. “Zo konden we testen welke tool het beste was en met welk platform de bijscholers het meest vertrouwd waren”, gaat Pascale verder.
Daarbij heeft ook elke docent zijn eigen manier van opleiden. Ook Vincent Nanni, docent bij (en coördinator van) de opleidingen Digital Explore en Digital Practice in het Frans. “Naast de vaste platformen zorg ik ook voor een whatsapp-groep met alle deelnemers. Enerzijds is dat handig om basis-info zoals reminders wanneer de les begint of links naar video’s door te sturen. Anderzijds creëert het ook een band en is het een goede manier om te netwerken, wat anders gebeurt tijdens de lessen zelf. Tijdens de pauze stuur ik graag challenges zoals ‘neem een foto van wat je nu eet’. Dat is gewoon een beetje fun, maar het creëert tegelijkertijd een goede band. Ondertussen worden er ook berichten gestuurd in de groep en we vragen elkaar regelmatig hoe het gaat, dat vind ik echt fantastisch.”
Maar niet elke docent is vertrouwd met virtueel opleiden. Daarom voorzag BAM in een aantal technische maatregelen om een goede flow tijdens de sessies te verzekeren. “Sessies die 3 uur duren zijn niet eenvoudig in te plannen voor zowel deelnemers als docenten”, weet Pascale. “Ze moeten zich kunnen organiseren, willen op hun gemak zitten en willen zeker geen kinderen die om de haverklap binnenstormen.” Een ‘geïsoleerde’ werkplek en lesblokken van 40 minuten met telkens 10 minuten pauze zorgden alvast voor een vlot verloop van de eerste sessies. E dat ook de docenten zelf een enorme inspanning hebben geleverd om hun sessies aan het virtuele aan te passen, staat buiten kijf. “Dit is het resultaat van de inspanning van iedereen”, vertelt Pascale.
Het belang van interactie
Maar ook interactie vormt een cruciaal onderdeel van de opleidingen. Toch is dit volgens Pascale geen noodzakelijk pijnpunt bij de virtuele sessies. “Bij fysieke opleidingen waar 12 mensen rond een tafel zitten is er veel spontaniteit. Maar ik zie nu dat docenten tijdens de virtuele sessies meer inspanningen doen om iedereen het woord te geven. Daardoor voelen de deelnemers zich meer persoonlijk betrokken dan bij fysieke sessies waar, als het stil blijft, de docent vaak zonder meer verder gaat met zijn les.”
Daar stemt ook Vincent Nanni mee in. “Je hebt twee manieren van lesgeven. Eén daarvan is iedereen op mute zetten en heel de sessie zelf aan elkaar praten. Dat vind ik heel spijtig. Ik hecht veel belang aan interactie en ik stel graag vragen. Hoe meer vragen je stelt, hoe meer de mensen gaan reageren. En je moet blijven doorvragen om de leercurve te doen stijgen. Maar ik geef hen ook tijd om de content te laten bezinken zodat ze het geheel van de leerstof onder de knie krijgen.”
Tevreden
“Bij BAM zijn we in ieder geval tevreden met hoe de opleidingen nu verlopen”, klinkt het bij Pascale. “Slechts twee mensen hebben de opleiding laten vallen. Ik heb zelfs extra inschrijvingen ontvangen aangezien mensen nu meer tijd hebben om zich bij te scholen.”
Op de virtuele opleidingen krijgt BAM in elk geval positieve feedback. “De echte evaluatie zullen we pas doen aan het einde van het semester. Waar mensen vroeger snel waren met negatieve feedback, krijgen we nu eerder positieve feedback. Voor mij is dat een goed teken.”
Iets wat ook Vincent beaamt. “De komende dagen moet er zeker een evaluatie gedaan worden, maar ik ben echt heel tevreden. Zeker wat betreft het virtuele verloop van de sessies, want over het algemeen kwam ik zeer weinig obstakels tegen. Juist de wifi-verbinding laat het soms afweten, maar dat lost zichzelf meestal snel op. Zo had ik een deelnemer die te ver weg zat van de zendmast in het dorp om de verbinding op zijn laptop te ondersteunen (lacht), maar hij is later overgestapt op zijn smartphone wat het probleem gelukkig oploste.”
Wat na de crisis?
Zal het fysieke het virtuele vanaf nu aanvullen in de toekomst of zal het net andersom zijn? Dat is nog niet duidelijk. Maar de aanpak van BAM zal zonder twijfel veranderen en van een terugkeer naar enkel fysieke opleidingen is geen sprake volgens Pascale. “We beseffen nu pas hoeveel we kunnen doen met de virtuele omgeving. Voor veel mensen komen virtuele opleidingen goed uit, maar anderen hebben het ondertussen wel gehad. Daarom moeten we op zoek gaan naar een evenwicht. Een plan voor de rest van 2020 én voor 2021 is ondertussen in de maak”, besluit Pascale.
Over dit artikel:
Publicatiedatum: 25 mei 2020
Redacteur: Erlijn Mostinckx